U bent hier: Regelingen » Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Aa en Hunze 2004 » 18-12-2003
Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Aa en Hunze 2004
Deze regeling is in werking getreden op 18-12-2003.
Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | gemeente Aa en Hunze |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling | Uitvoeringsregeling met betrekking tot de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen in de gemeente Aa en Hunze 2004 |
| Citeertitel | Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Aa en Hunze 2004 |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) |
|
| Vastgesteld door | college van burgemeester en wethouders |
| Onderwerp | financiƫn en economie |
Opmerkingen m.b.t. de regeling
Geen
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
- Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 7

- Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 8

- Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 13

- Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 14

- Invorderingswet 1990, art. 29

- Invorderingswet 1990, art. 31

- Gemeentewet, art. 160 lid 1

- Gemeentewet, art. 231, lid 2, lid 3

- Gemeentewet, art. 237

- Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

- Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen
- Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
- Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
- Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting
- Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting
- Verordening op de heffing en de invordering van leges
- Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten
- Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten
- Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 6

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht t/m |
Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 18-12-2003 | nieuwe regeling | 02-12-2003 De Schakel, 10-12-2003 |
2003/49-07 |
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze
Gelet op de artikelen:
6
, 7
, 8
, 13
en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
,
29
en 31 van de Invorderingswet 1990
in verbinding met de artikelen
231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid
, en 237 van de Gemeentewet
,
160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
,
4:81 van de Algemene wet bestuursrecht
,
van de in de gemeente Aa en Hunze geldende belastingverordeningen, waarin aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid is toegekend nadere regels te geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen;
besluit:
vast te stellen de:
“Uitvoeringsregeling met betrekking tot de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen in de gemeente Aa en Hunze 2004” (Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Aa en Hunze 2004)
Artikel 1 Algemene bepaling
- 1 Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6
, 7
, 8
, 13
en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
, de artikelen 29
en 31 van de Invorderingswet 1990
, artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht
en de artikelen in de belastingverordeningen van de gemeente Aa en Hunze op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders nadere regels kan geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen. - 2 Voor de toepassing van deze regeling worden rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.
- 3 De op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel 233 van de Gemeentewet
, worden voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen, met dien verstande dat wordt verstaan onder de aanslag of de voorlopige aanslag: het gevorderde, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde bedrag. Artikel 2 blijft bij de op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen buiten toepassing.
Artikel 2 Aangifte
De belastingplichtige aan wie niet zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.
Artikel 3 Gebruik nachtverblijfregister ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting
Bij de vaststelling van feiten ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting kan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b
, bedoelde gemeenteambtenaar het door belastingplichtige bijgehouden nachtverblijfregister raadplegen.
Artikel 4 Voorlopige aanslag
- 1 De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. - 2 De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan kan voor de toeristenbelasting geschieden op grond van gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag met dien verstande dat daarbij op benaderende wijze rekening kan worden gehouden met wijzigingen in de wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de gemeentelijke belasting alsmede met andere wijzigingen die voor de heffing van de gemeentelijke belasting van belang kunnen zijn. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van de vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag;
Artikel 5 Rente
- 1 Het percentage van de invorderingsrente is het percentage dat ingevolge artikel 29 van de Invorderingswet 1990
voor het betreffende kalenderkwartaal voor de rijksbelastingen is vastgesteld. - 2 Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vindt de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990
overeenkomstige toepassing. - 3 In afwijking van de in het tweede lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag van € 113,45 niet te boven gaat.
Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel
- 1 De “Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen”, vastgesteld bij besluit van 24 februari 1998 wordt ingetrokken op het moment dat deze regeling in werking treedt.
- 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
- 3 Deze regeling wordt aangehaald als “Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Aa en Hunze 2004”.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders
van 2 december 2003.
de secretaris, de burgemeester,
Mr. F. Snoep. Drs. R.W. Munniksma.
